le bois des chambres

Van de Middeleeuwen tot de Renaissance

published at 25/07/2017
Charles II d'Amboise

Het Kasteel van Chaumont werd in de 10e eeuw door Eudes I, graaf van Blois gebouwd om de grens te bewaken tussen de graafschappen Blois en Anjou, dat in het bezit was van Fulco III Nerra.

De Normandische ridder Gelduin krijgt Chaumont en laat de vesting versterken. Zijn zoon en opvolger Geoffrey, die kinderloos blijft, benoemt zijn nichtje Denise de Fougères als zijn erfgename. In 1054 trouwt zij met Sulpice I d’Amboise. Het Kasteel blijft vervolgens vijf eeuwen lang in handen van de familie d’Amboise.

Lodewijk XI laat Chaumont in 1465 platbranden en met de grond gelijkmaken om Peter I van Amboise te straffen, die betrokken was bij de een samenzwering van edelen tegen de koning (“Ligue de Bien Public”). Hij krijgt zijn land weer terug nadat hem gratie is verleend.
Tussen 1468 en 1481 laten Pierre I d'Amboise en zijn zoon Charles I uitgebreide herstelwerkzaamheden aan het kasteel uitvoeren, dat in 1465 in opdracht van koning Lodewijk XI verwoest werd. Hoewel de behoefte aan veiligheid minder is dan in eerdere periodes, behouden de twee opdrachtgevers de verdedigingsvoorzieningen, symbool van macht en voorrecht. Massieve torens, slotgrachten en flanktoren, schietgaten en machicoulis, ook vandaag nog zichtbaar, getuigen van de gehechtheid van de familie d'Amboise aan middeleeuwse vormen.
 

Tijdens de tweede bouwperiode, tussen 1498 en 1511 uitgevoerd door Charles II d'Amboise en kardinaal Georges d'Amboise, getuigt het gebruik van een formele woordenschat afkomstig uit Italië van de intreding van de familie in de moderne tijd. Gebeeldhouwde arabesken en schelpen worden bijvoorbeeld in de gotische architectuur opgenomen. Chaumont is nauw verwant aan de sterke constructies van de vorige generatie en ontleent tegelijkertijd zijn vormen aan het nieuwe repertoire.

 
 
De emblemen van Charles II d’Amboise
We kunnen de bouwfasen van het kasteel herkennen aan de evolutie van de architecturale stijlen en de symbolen die door de achtereenvolgende eigenaren in de stenen gehouwen zijn. Zo laat Charles II een fries van twee ineengestrengelde “C” uithouwen, afgewisseld met een brandende heuvel, die perfect zichtbaar is op het kasteel. Op de rechtertoren van de toegangspoort dragen twee wilden ook het blazoen van de familie d'Amboise.
 
De emblemen van Lodewijk XII
Aan het bezoek van Lodewijk XII en zijn echtgenote Anne van Bretagne in 1503 wordt boven de ophaalbrug herinnerd door een weergave van het Franse wapenschild, omringd door een gekroonde “L” en “A”. Op de voorgevel van de oostelijke voorgevel, op de binnenplaats van het kasteel, is ook een stekelvarken toegevoegd. Lodewijk XII heeft dit embleem geërfd van zijn vader, Charles d'Orléans. Volgens een geloof uit die periode kan een stekelvarken zich niet alleen met zijn stekels beschermen tegen naderend onheil, maar deze ook als pijlen afschieten in de richting van verre dreigingen.
 
 
Beroemde tijdgenoot: de familie Chaumont-Amboise
De familie Chaumont-Amboise is een clan met vele relaties die een belangrijke plaats inneemt in de artistieke en politieke geschiedenis van Frankrijk. Drie broers van Charles I vallen op tussen de bouwers en mecenas in deze tijd: Louis, bisschop van Albi, geeft zijn kathedraal een oksaal en een koorhek die meesterwerken van flamboyant gotische kunst zijn; Pierre, bisschop van Poitiers, bouwt het kasteel van Dissay, vlak bij zijn metropool; Jacques, abt van Cluny van 1485 tot 1510, is een van de bouwmeesters van het Hôtel de Cluny in Parijs, het huidige nationale museum van de Middeleeuwen.
De laatste van de broers, Georges, een hoge geestelijke, machthebber en weldoener van de kunsten, neemt een speciale plaats in. Hij wordt in 1460 in Chaumont geboren en wordt een volgeling van Louis II d’Orléans, de toekomstige Lodewijk II. Hij wordt aartsbisschop van Narbonne en vervolgens van Rouen, wordt in 1498 kardinaal en in 1499 legaat van de paus en is de 'eerste minister' van de nieuwe koning aan wiens populariteit hij bijdraagt door slim beheer.
De familie d'Amboise maakt deel uit van de belangrijkste invoerders van de Italiaanse smaak in het Franse koninkrijk. Een smaak die zo populair wordt dat de elite zich laat inspireren door de gebouwen die in Italië bewonderd worden, en beeldhouwers en ornementisten over laat komen. In de Eure (Normandië) wordt zo aan het begin van de 16e eeuw het kasteel - of bisschoppelijk paleis - van Gaillon gebouwd, op initiatief van Georges d’Amboise. Dit vormt een keerpunt van de italianiserende Renaissance in de Franse architectuur. Charles II d’Amboise, zoon van Charles I, favoriet van zijn oom Georges die hem tot Gouverneur van Lombardije laat benoemen, is de eerste Fransman die Leonardo da Vinci opmerkt. Hij geeft hem persoonlijk opdracht voor een villa en uit naam van Lodewijk XII (die zijn schildertalent waardeert), voor schilderijen. In 1507 is hij de initiatiefnemer van de eerste reis van de kunstenaar naar Frankrijk. De leerling van Leonardo, Andrea Solario, werkt in Gaillon en schildert het portret van Charles II d’Amboise, dat momenteel in het Louvre wordt tentoongesteld.